Cultuurportfolio
In dit deel van mijn blog vind je mijn verslag als cultuurparticipant voor Nederlands 5. Ik zal hier vertellen over de boeken die ik lees, artikels die ik interessant vond en cultuurevenementen die ik heb bijgewoond.
Reacties op blogposts
Reactie op David over Turks fruit
Reactie op Femke over De golf
Reactie op Lowie over De Nedergrim
Reality check
In dit blogbericht wil ik graag terugblikken op de stappen die ik dit semester heb gezet als cultuurparticipant. Ook dit semester heb ik enkele onderwerpen behandeld die mij zullen bijblijven. Het optreden van Yong Yello, de Vlaamse hiphopartiest, is daar zeker één van, maar ook het boek van Dimitri Verhulst vond ik heel erg leuk. Hoewel het toneel over Rosa verplicht was, vond ik het toch echt heel erg waardevol.
Ik denk dat ik dit semester enkele veilige keuzes heb gemaakt waarover ik zeker iets te vertellen had, dat heb ik vorig academiejaar minder gedaan, denk ik. Wel ben ik op zoek gegaan in mijn geheugen naar dingen die mij als jongere hebben aangetrokken tot cultuur. Dan denk ik aan jongerenreeksen die mij, maar ook miljoenen anderen, kennis hebben laten maken met lezen. Ik denk dan ook aan het optreden dat ik heb bijgewoond, maar ook aan het verder onderzoeken van teksten. Dat had ik voordien nog niet gedaan en daaruit blijkt dat toch veel onderwerpen die bij Nederlands 4 behandeld worden, terugkomen.
Ik vind het cultuurportfolio altijd een heel erg goede opdracht. Het zorgt er, bij mij althans, voor dat ik een externe motivator heb om te lezen en op zoek te gaan naar boeken. Hoewel ik deze zomer 'De helaasheid der dingen' las, was ik anders niet snel op zoek gegaan naar een ander boek van Dimitri Verhulst. Het lag eigenlijk niet echt in mijn normale genre, maar ik ben heel blij dat ik het gelezen heb. De opdrachten die te maken hebben met actualiteit en vaktijdschriften vind ik ook altijd heel erg interessant. Ik vergeet soms, vooral wanneer druk op school wordt opgevoerd, de actualiteit in het oog te houden en deze opdracht zorgt ervoor dat ik mijzelf toch een beetje op de hoogte houd.
Wat ik graag nog beter zou doen, is op de hoogte blijven van theaterstukken die de moeite zijn om te bekijken. Ik merk bij mezelf dat ik er echt van kan genieten, maar ik heb geen grote kennis van theater en ik zal uit mijzelf niet vaak tickets kopen voor een toneel. Ik vergeet ook steeds hoe interessant ik het vind om in de vaktijdschriften te lezen. Dat is iets waar ik mij in mijn vrije tijd eigenlijk ook meer mee wil bezighouden.
Ik denk wel dat ik mij dit jaar een beetje heb verdiept in bepaalde literatuur die jongeren aanspreekt, maar dat ik mijn horizon nog kan verbreden. Ik heb het gevoel dat mijn kennis van deze literatuur vaak nog in mijn eigen, al dan niet vroegere, interesseveld ligt en dat ik nog kan uitweiden naar de leefwereld van jongeren die iets minder “geeky” zijn of naar boeken die meisjes meer aanspreken.
Ik heb genoten van de onderwerpen die ik in mijn portfolio heb behandeld. Ik ben ervan overtuigd dat het belangrijk is om mijn “trip door cultuur” ook verder te zetten na het indienen van deze opdracht. Vooral het blijven ontdekken van nieuwe boeken en het maken van de analyse hiervan lijkt mij zeer nuttig. Als toekomstige leerkracht Nederlands lijkt het mij ook belangrijk om mezelf een beetje op de hoogte te houden van de cultuurevenementen bij mij in de buurt, al kost dat iets meer moeite. De actualiteit rond taal en onderwijs is ook iets waarvan ik denk dat het belangrijk is om het in het oog te houden. Met dit in het achterhoofd ben ik tevreden met de stappen die ik heb gezet als cultuurparticipant.
Demir schrapt studiedagen en hervormt klassenraden: "Symboolpolitiek" of een "goede efficiëntieoefening"?
Dit artikel gaat over de veranderingen die Zuhal Demir (N-VA) wil maken om ervoor te zorgen dat leerlingen meer effectieve lesdagen hebben. Demir wil snoeien in de dagen waarop leerlingen eigenlijk les zouden kunnen krijgen, maar waar dit niet gebeurt. Zo gaat het over facultatieve verlofdagen, pedagogische studiedagen en de dagen tussen de examens en de vakantie. Wim Provoost, directeur van een kleine school in Gent, is het hier niet mee eens.
Pedagogische studiedagen worden gebruikt om bij te scholen of om te vergaderen over het beleid op de scholen. Dit zijn belangrijke momenten voor de werking van een school die nu weggehaald zouden worden. De vraag “Wanneer wordt er dan verwacht dat we dit doen?” wordt dan ook gesteld. Ook is er ontevredenheid over de dagen tussen de examens en de vakantie. Demir zegt dat het niet de bedoeling kan zijn dat leerlingen met kerst drie weken vakantie krijgen en dat die dagen beter gebruikt zouden moeten worden. Deze dagen worden voorzien om de resultaten van leerlingen te bekijken en daarover te praten. Hier kruipt veel tijd in, maar deze tijd is wel nodig en nuttig. Elke leerling verdient het om correct beoordeeld te worden en wanneer het moment om dit te doen wegvalt, zal dat niet gegarandeerd kunnen worden.
Ook zijn er zorgen rond de gevolgen voor de lerarenopleiding. Vlaanderen kampt met een lerarentekort en jonge leerkrachten vallen vaak vroeg uit. Hierbij wordt aangegeven dat een oorzaak kan zijn dat leerkrachten zich onvoldoende klaargestoomd voelen voor hun job. De pedagogische studiedagen dienen dan ook om ervoor te zorgen dat werkende leerkrachten toch verder klaargestoomd worden.
Demir gebruikt het aantal schooldagen waarop leerlingen in de klas zitten en effectief les krijgen als maatstaf voor het verkregen onderwijs. Ze verwijst hierbij ook naar OESO-landen die meer lesdagen zouden hebben dan wij hier in Vlaanderen. Hierbij kijkt ze echter niet naar het feit dat wij in Vlaanderen boven het gemiddelde zitten als het aankomt op lesuren. Pedagoog en onderzoeker Pedro De Buyckere zegt dat de oefening breder gemaakt moet worden. Hij zegt ook dat de pedagogische studiedagen vaak niet op de meest efficiënte manier verlopen en dat het beter zou zijn om een langdurig project op te starten in plaats van deze dagen vrij te houden.
Ik denk dat de efficiëntie van het onderwijs zeker eens onder de loep genomen mag worden. Dan heb ik het niet over de vergaderingen die nodig zijn om de werking van de school vlot te laten verlopen of de dagen die leerkrachten nodig hebben om hun leerlingen fatsoenlijk te beoordelen. Ik denk dan aan de grote berg administratief werk die leerkrachten op hun bord krijgen, de nieuwe testen die ze moeten afnemen om te kijken of leerkrachten hun job wel goed doen en aan de extra zorg die er van leerkrachten verwacht wordt.
Reactie plaatsen
Reacties
"Te weinig studeerplekken in Turnhout, bib zit overvol": gemeenteraadslid El Yakhloufi vraagt oplossing
De studenten en leerlingen van het middelbaar onderwijs in Turnhout kaarten aan dat er te weinig plekken zijn om te studeren. In de bib zijn er heel wat plekken beschikbaar, maar in de kerstvakantie en de weken ervoor zit het daar al snel helemaal vol. Asheraf El Yahkloufi vraagt om hiervoor een oplossing te voorzien.
El Yehkloufi zegt dat er enerzijds meer plaatsen moeten worden vrijgemaakt voor studerende jongeren. Hij stelt voor om studieplekken te voorzien bij ondernemers, maar ook in kerken en moskeeën. Anderzijds vraagt hij om de communicatie rond de bestaande studieplekken te verbeteren. Veel jongeren trekken naar de bib, omdat dat de enige plek is waarvan ze weten dat er studieplekken zijn. Er zijn andere plekken die hun deuren openzetten voor studenten, zoals Jeugdhuis Wollewei en Zorggroep Orion.
Als student die in Turnhout woont, schaar ik mij achter El Yahkloufi. Ook ik studeer vaak in de bib met enkele mensen van mijn scoutsgroep. Wij zien dan ook dat andere leiding van de jeugdbeweging in Turnhout hetzelfde idee heeft Wanneer we daar met enkele groepen zitten, is de bibliotheek inderdaad snel vol. Vooral in de aanloop naar de blokperiode zitten de tafels in de bib vaak overvol en worden er stoelen bijgehaald (al is dit niet de bedoeling).
Enkele jaren terug konden wij onze cursussen meenemen naar een vergaderlokaal in het Begijnhof, maar door nieuw management valt ook deze studieplek tegenwoordig weg. Tijdens de kerstvakantie gebeurt het vaak dat vergaderzalen en kantoren leegstaan doordat ondernemers op vakantie zijn. Ik denk dat het een mooi initiatief zou zijn om deze dan open te stellen voor studerende jongeren, mits ze er gebruik van maken op een respectvolle manier. Als ik rondkijk in de bib, lijkt dit wel te lukken.
Er zijn in Turnhout een heel aantal leerlingen die thuis niet aan studeren komen. Zeker tijdens de feestdagen is er vaak een hoop drukte bij mensen thuis. Er komt bezoek over de vloer, er wordt druk gekookt en gewinkeld en er is gezelligheid alom. Dit is voor een student natuurlijk niet de beste omgeving om zich te concentreren op wat belangrijk is: de aankomende examens.
Samen studeren heeft voor jongeren vaak een motiverend effect. Ikzelf kan mij beter concentreren als ik zie dat de mensen rondom mij ook bezig zijn met school en in mijn omgeving hoor ik vaak hetzelfde verhaal. Het is natuurlijk ook handig om samen pauze te nemen en nadien ook samen de boeken weer in te duiken. Tijdens deze pauzes worden mensen ook gedwongen om even naar buiten te gaan, wat een goede manier is om het brein even rust te gunnen
Het samen studeren helpt ook bij de sociale isolatie die vaak gepaard gaat met de blok. Vaak trekken jongeren zich terug achter hun bureau en zien ze hele dagen bijna niemand. De mogelijkheid om tijdens de pauze een babbeltje te doen met iemand die ook aan het studeren is, kan dan deugd doen.
Ik denk dat Acheraf El Yahkloufi gelijk heeft wanneer hij zegt dat we de studenten best kunnen ondersteunen als het gaat om studeren. Het is belangrijk dat iedereen de kans krijgt om het onderste uit de kan te halen tijdens de blok en voor sommige studenten kan dit nu eenmaal niet thuis. Extra studieplekken en betere communicatie rond de bestaande plekken zouden de studenten dus echt kunnen helpen.
https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2025/11/13/studeerplekken-turnhout-ashraf-el-yakhloufi/
Reactie plaatsen
Reacties
Waarom Timon en Pumbaa Vlaams spreken tussen Nederlandse personages: onderzoek toont invloed aan van accenten op kinderbrein
Waarom Timon en Pumbaa Vlaams spreken tussen Nederlandse personages: onderzoek toont invloed aan van accenten op kinderbrein
Sinds 1994 worden ook Vlaamse accenten gebruikt in de Nederlandstalige adaptaties van Disneyfilms Timon en Pumbaa zijn de eerste personages met deze tongval. Uit een onderzoek blijkt nu echter dat de accenten die gebruikt worden in kinderfilms niet helemaal onschuldig zijn. Jonge kinderen zijn zich vaak niet echt bewust van deze accenten, maar ze linken deze al wel aan bepaalde eigenschappen. Zo wordt het Limburgse accent al snel gelinkt aan een “sullig” personage zoals de tandarts in Finding Nemo.
Timon en Pumbaa zijn de eerste Vlaamssprekende personages bij Disney. Zij wonen dan ook in een andere streek dan de leeuwen en klinken door hun accent extra exotisch. Het Vlaamse accent wordt in dit geval ook gekoppeld aan een goedhartigheid en een soort naïviteit. De dappere personages in Brave krijgen dan weer een Antwerps accent.
Het gebruik van deze accenten bij bepaalde personages geeft kinderen op een erg jonge leeftijd al vooroordelen mee en ze spelen ook in op de stereotypen Lumière van Belle en het beest heeft een Frans accent, dit maakt hem chique, en de slechte professor uit Cars 2 krijgt een Duits accent, wat hem “malafide” zou maken.
Het gebruik van deze accenten is niet altijd slecht. Het zorgt ervoor dat jonge kinderen in contact komen met accenten die anders zijn. Dit verhoogt hun tolerantie bij het horen van deze accenten in het echte leven. Er zijn dan ook veel leuke personages die een accent hebben; ook de positieve eigenschappen worden gekoppeld aan de mensen met dit bepaalde accent.
Ik denk dat het belangrijk is dat men voorzichtig is wanneer men inspeelt op stereotypen Voor veel kijkers lijkt het normaal of toevallig, maar bij het maken van films is dit zeker niet het geval. Volgens mij is het ook niet heel moeilijk om dit patroon te doorbreken en effectief mensen met verschillende accenten door elkaar te gebruiken als het aankomt op deze personages. Het zou natuurlijk raar zijn als een broer en zus zonder reden een compleet ander accent hebben, maar verder denk ik dat het wel mogelijk is om de stereotypen die bij de verschillende tongvallen horen te doorbreken.
Het gaat bij dit soort films ook over kinderen van een heel erg jonge leeftijd die deze vooroordelen met de paplepel binnenkrijgen en ik denk dat dat een beetje problematisch is. Wel ben ik het eens met de vaststelling dat de accenten de film kleurrijker en gevarieerder maken. Ik ben fan van het gebruik van acteurs die geen standaardnederlands spreken, maar moet het domme, maar vriendelijke personage steeds ingesproken worden door een Limburger?
https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2025/11/05/de-invloed-van-accenten-in-disneyfilms-op-het-kinderbrein/
Reactie plaatsen
Reacties
Leerlingen met en zonder dyslexie: verschillen in attitudes, sociale normen, gedragscontrole en de verklaring van leesfrequentie
Dit artikel uit Levende Talen Magazine gaat over de leesattitudes van jongeren met en zonder dyslexie. Het gaat om een onderzoek waarbij een enorm aantal jongeren werd ondervraagd over hun leesgedrag. Hierbij werd gelet op attitude, sociale normen en waargenomen gedragscontrole. Bij attitude gaat het erom of jongeren lezen leuk, nuttig of ontspannend vinden. Bij sociale controle werd in dit onderzoek enkel rekening gehouden met het gedrag dat ouders stellen rond lezen. Dan gaat het om de subtiele manier waarop ouders lezen aanmoedigen. Boeken cadeau doen, boeken aanraden, praten over boeken en lezen zijn hiervan voorbeelden. Waargenomen gedragscontrole omvat in hoeverre mensen van zichzelf vinden dat ze goed (genoeg) kunnen lezen.
Jongeren met dyslexie lijken aanzienlijk minder frequent vrijwillig te lezen. Dit onderzoek wil graag uit de doeken doen welke oorzaak aan de basis ligt van dit probleem. Vaak wordt aangenomen dat jongeren met dyslexie vaak frustratie ervaren tijdens het lezen, omdat het voor hen gewoonweg moeilijker is. Uit het onderzoek blijkt echter dat het verschil in attitude tegenover lezen erg klein is. Ook wordt in het artikel opgeworpen dat het zou kunnen dat ouders van jongeren met dyslexie net meer proberen om hun kind aan het lezen te krijgen, zodat het verschil tussen hen en hun klas zo klein mogelijk blijft, maar dat blijkt in de praktijk niet echt het geval te zijn.
Het grootste verschil toont zich in de waargenomen gedragscontrole. Jongeren met dyslexie vinden van zichzelf dat ze niet goed kunnen lezen, waardoor ze minder snel een boek zullen vastnemen. Dit hangt natuurlijk samen met het plezier dat ze ervaren wanneer ze lezen. Ook blijkt dat jongeren met dyslexie minder vaak romans lezen en eerder kiezen voor non-fictie. Bij strips of tijdschriften doen deze leerlingen ook zeker niet onder voor leerlingen met dyslexie.
Aan het einde van het onderzoek worden ook enkele aanbevelingen gedaan om jongeren aan het lezen te krijgen. Zo is het erg belangrijk om als ouder, maar ook als leerkracht, leerlingen op een subtiele manier aan te moedigen om te lezen. Het expliciet dwingen om te lezen of het belonen van leesgedrag wordt gezien als minder efficiënt. In de aanbevelingen staat ook dat het kan helpen om hen te begeleiden bij het kiezen van een boek. Mensen hebben nog nooit zo gemakkelijk toegang gehad tot boeken en de leeskeuze kan een beetje overweldigend zijn. Hierbij is het belangrijk om hen dus te helpen en misschien leestips aan te bieden. Ook is het belangrijk om de aanmoedigingen door te zetten wanneer de kinderen wat ouder worden. Volgens het artikel zwakt dit sterk af vanaf het moment dat het kind twaalf wordt. Samen met de veranderde sociale context van een tiener zorgt dit voor lagere leesmotivatie.
Wat er uit het onderzoek komt, leek mij op het eerste gezicht vrij vanzelfsprekend. Toen ik echter verder las, was ik een beetje verbaasd over het feit dat het effect op attitude vrijwel verwaarloosbaar was. Ik had gedacht dat jongeren met dyslexie lezen ook minder leuk zouden vinden of dat zij het moeilijker zouden vinden om zich in te leven in het verhaal. Uit het onderzoek blijkt dat dit niet het geval is, of toch maar een klein beetje.
Wat mij ook verbaasde, was dat uit het onderzoek beslist kon worden dat in de meeste gevallen ouders niet echt meer moeite deden om hun kinderen aan het lezen te krijgen wanneer zij dyslexie hebben. Ik zou denken dat het juist voor hen belangrijk is om vaak en veel te lezen, zodat ze de kloof tussen hen en de anderen kunnen verkleinen.
Wat ik heb geleerd van dit artikel is dat jongeren met dyslexie lezen niet per se minder leuk vinden en dat hun ouders hen ook proberen te motiveren om te lezen. Dat ze ervaren dat ze minder goed kunnen lezen en dat dat ervoor zorgt dat ze het dan ook minder doen, leek mij logisch. Ook heb ik geleerd dat het belangrijk is om de aanmoediging door te zetten wanneer het kind ouder wordt en dat het belangrijk is om hen te ondersteunen bij het kiezen van hun leesmateriaal.
https://lt-tijdschriften.nl/ojs/index.php/ltt/article/view/2486/2034
Reactie plaatsen
Reacties
For Rosa: een betoog voor klimaatgerechtigheid
Voor Big-Idea bezochten we het cultuurcentrum in Herentals om het toneelstuk For Rosa te bekijken. Het toneelstuk gaat over hoe Benjamin, een vijftienjarige jongen, op een kamp gaat voor jongeren die willen vechten voor klimaatgerechtigheid. Daar leert hij de excentrieke Rosa kennen. Hij, net als de andere mensen in de groep, is meteen in de ban van haar wilde uitstraling en ideeën. Wanneer hij erin slaagt om met haar in de ‘hive’ te geraken, klikt het voor hen meteen. Tijdens het kamp leren de twee jongeren elkaar beter kennen en Benjamin valt als een blok voor Rosa. Dan begint de regen en het stopt niet meer. Na enkele dagen die door de leden van het kamp binnen doorgebracht worden, besluiten de jongeren naar buiten te gaan. In de gietende regen zien ze hoe het stroompje, dat bij aanvang van het kamp een klein kabbelend beekje geweest was, was aangezwollen tot een wilde stroom. Rosa valt twee keer; de eerste keer kan Benjamin haar recht houden, maar de tweede keer zakt de grond onder haar voeten weg. Wanneer ze in het water verdwijnt, springt Benjamin achter haar aan. Hij kan haar eerst nog vastgrijpen, maar door de duivelse wildwaterbaan verliest hij zijn grip op haar arm. Rosa laat het leven, net als 38 anderen. Na een periode van verdriet, woede en rouw besluit Benjamin actie te ondernemen. Hij richt op een leeftijd van 16 jaar Climate Justice for Rosa op en slaagt erin 15 juli te laten uitroepen tot herdenkingsdag voor klimaatslachtoffers in de Europese Unie, maar zijn strijd is nog lang niet ten einde.
Ik vond het een leuke ervaring om met school, in verband met Big-Idea, te gaan kijken naar dit stuk. Het stuk past goed in de thematiek die we behandelen in de lessen en het zorgt voor een persoonlijke betrokkenheid bij het thema. Het stuk zorgt ervoor dat het thema van klimaatverandering, wat vaak ver weg lijkt, opeens heel dichtbij komt. Ik zat op het moment van deze ramp ook in de buurt op kamp en er komen wel een aantal herkenbare dingen terug in het toneel. Wij kwamen ook aan op onze bestemming bij heldere hemel, maar wanneer de regen begon, leek die nooit meer te gaan stoppen. In de dagen nadat de hevige regenval begon, moesten wij ook hele dagen binnen zitten, wat op een scoutskamp niet optimaal is, maar bij ons was de grootste ramp het onder water lopen van een deel van de benedenverdieping. Pas toen we werden geëvacueerd naar een andere kampplaats zagen we de schade die de storm en de overstromingen hadden aangericht, want, net als Benjamin, hadden wij ook niet de kans gehad om het nieuws in het oog te houden.
Ik denk dat dit toneel een goede manier is om jongeren bewust te maken van klimaatverandering en van het feit dat dit ook effectief slachtoffers maakt, ook bij ons. Het is ook een goede manier om het over klimaatverandering te hebben tijdens de lessen Nederlands op een natuurlijke manier. Ik denk zeker dat het nuttig is voor jongeren om dit toneelstuk te zien en in aanraking te komen met het verhaal van Rosa.
Reactie plaatsen
Reacties
De banaliteit van ons bestaan
Samen met De Fanfare van de Goede Hoop speelt Yong Yello zijn tweede optreden in de Roma in Antwerpen. Eerder begon hij de Den Bennie Tour in de AB in Brussel. In deze tour stelt hij zijn nieuwste album 'Bennie en de banaliteit van ons bestaan' voor, een conceptalbum waarin hij aan de hand van een gloednieuw alter ego het vervolg van zijn verhaal vertelt. Hij rapt over zijn gevoeligheid voor verslaving, het magnetisme van de goot. In dit album gaat het vooral over hoe hij na een periode van hevig alcoholgebruik zijn leven heeft gebeterd, maar dat hij veranderd is in een workaholic en dat dit net zo goed gevolgen heeft voor zijn relaties, lichaam en mentaal welzijn. Hij spreekt over stress van het werk, herval in destructieve patronen, met als centrale vraag: “Wat is de zin van het leven?”
Wanneer de wekker afgaat, begint Yong Yello aan zijn optreden met Bennie en meteen heeft hij het publiek mee. Na Bennie neemt Yello het publiek mee in een Caraïbische sfeer met Ik moet dringend op vakantie, een nummer waarin de overwerkte Bennie vertelt over hoe hij zich stukwerkt op zijn saaie bureaujob, die hij overigens ook nog mee naar huis neemt, tot ergernis van zijn vriendin Marie. Tijdens het optreden krijgen we niet enkel zijn nieuwste, maar ook zijn eerste album te horen. Hij navigeert op een wonderlijke wijze door Marcel en het magnetisme van de goot, in de vorm van een medley. Tijdens 'Geen zin' verlaat Yello het podium om dit trage nummer in het midden van het publiek te brengen. Deze volle Roma werd verzocht op de grond te gaan zitten. (niet vanzelfsprekend) Na dit trage nummer trekt hij de zaal weer recht met Londenbrug, een nummer over de laatste dag van zijn vorige alter ego, waarin hij zichzelf van het leven ontneemt. Met Luchtkasteel, gevolgd door Waarom ben ik zo destructief?, het absolute hoogtepunt van het album, zet hij de zaal op zijn kop. Flitsende lichten, harde teksten, een schreeuwend publiek en een explosief energieke Yong Yello. Samen met Glints, die Sef vervangt, sluit hij het optreden af. Tijdens zijn bisronde speelt hij nog Super Mario en Het magnetisme van de goot.
Bennie en de banaliteit van ons bestaan bestaat eigenlijk uit twee delen. In het eerste deel neemt Yello het alter ego van Bennie aan. Hij raast op een burn-out af en vraagt zich af waarvoor hij dit allemaal doet, terwijl zijn relatie op de klippen loopt en hij zich terug verliest in drank en drugs. Na Waarom ben ik zo destructief? veegt hij zijn personages van zich af, waarna het erg rauw en persoonlijk wordt. Hij vertelt over zijn problemen met alcohol die hem al volgen sinds hij nog heel jong was. Hij vertelt over hoe hij beseft dat het allemaal verkeerd gaat, maar dat hij zich keer op keer toch laat verleiden door verkeerde keuzes. Het album gaat verder met excuses. Hij probeert zijn leven weer in handen te nemen, maar dat blijkt niet gemakkelijk en het is niet de eerste keer dat hij het probeert Zowel Marcel en het magnetisme van de goot als Bennie en de banaliteit van ons bestaan zijn autobiografische albums. De problemen waarmee Marcel en Bennie kampen, zijn thema’s uit zijn eigen leven die hij tijdens het verwerkingsproces in muziek heeft omgezet. In het voorlaatste nummer van zijn album viert hij dat hij er nog is. Het is nog steeds niet gemakkelijk, maar er zit schoonheid in het afzien. Hij sluit het album af met het antwoord op de vraag waar het hele album eigenlijk om gaat: “Wat heeft dit leven voor zin?”. Het antwoord beschrijft hij in 'Zoeke naar wa liefde'.
Van de cultuurevenementen die ik tot nu toe heb meegepikt, vond ik dit misschien wel de beste. Yong Yello speelt met taal op een heel fijne manier. Zijn teksten hangen goed aan elkaar en zitten vol intertekstualiteit. Hij speelt met taal en strooit met verwijzingen naar politiek (“Tijden zijn beangstigend, ‘k moe nog wa naar rechts dus”) en bekende artiesten (“Lou Reed op de boxkes”). Hij gaat ook met veel flair te werk met stijlfiguren als symboliek, alliteratie, metaforen en personificatie. Een mooi voorbeeld hiervan is de personificatie in de strofe van Sef in 'Zoeke naar wa liefde', een van mijn favoriete strofes in het album. Hoewel het een zware thematiek is, denk ik wel dat het te gebruiken valt in de Nederlandse les. Het plaatst de luisteraar in een perspectief dat niet vanzelfsprekend is voor velen, maar dagelijkse realiteit voor anderen. Het kan ook een mooi opstapje zijn naar leerstof rond poëzie en stijlfiguren. Ik raad het album zeker aan en als je het leuk vindt, zijn er nog tickets voor zijn show in de Warande in Turnhout. Ik ga er zeker zijn.
Zoeke naar wa liefde – de strofe van Sef
Als je mij zoekt ben ik IRL, niet URL, maar dat wist je wel
Kijk, l'enfer, c'est les autres, maar niemand hebben is de echte hel
Je hebt mij nodig, ik heb jou nodig, onze hartslagen lopen parallel
Je beweegt wel als je mij niet hebt, maar nergens heen, net een carrousel
Ik kan stukgaan, ik kan je stuk maken.
Als ik ver trek, ben ik supersnel Je kent me wel, maar je ziet me niet.
Ik laat je visie zien, zonder visagie
Zonder chirurgie.
En ik blijf hier, als een refugee.
En ik reis rond, als een refugee.
Doe niet stupido tegen cupido, want dat trek ik niet
Via lovesongs, via audio, heb ik invloed op jou cardio
Ne me quitte pas, O sole mio, Gloria in excelsis Deo
Ben in elke film en in alle boeken, alle auteurs zijn me aan het zoeken
Ik ben onbetrouwbaar, onvoorspelbaar, niet te koop, ik ben een risico
Ze zeggen dat ik een bitch ben, soms wel, maar dat ook heus niet altijd zo
In ben het antwoord, ik ben de boodschap, ik ga door de maag, ik ben een klootzak
Ik ben schoonheid, ik ben de waarheid, ik ben jouw reflectie
Kijk me aan in ben overal, je kent m'n naam: liefde. Aangenaam
Reactie plaatsen
Reacties
De monoloog van een onfortuinlijke gazelle
De monoloog van iemand die het gewoon werd tegen zichzelf te praten is een titel die nogal voor zich lijkt te spreken. Het boek, geschreven door Dimitri Verhulst, vertelt over de nacht tussen prostituee Seynabou en wielrenner Jan De Gendt in de hoofdstad van Senegal. Het is een boek om in één trek uit te lezen en het staat, naar de gewoonte van Verhulst, vol kleurrijke beschrijvingen en grappige, rauwe vertellingen.
Seynabou is een prostituee in de hoofdstad van Senegal. ’s Avonds trekt ze naar haar vaste club om een man te strikken voor een betaald nachtje. Ze noemt zichzelf geen hoer, maar een gazelle, omdat ze vindt dat ze toch meer zelfrespect heeft dan een doorsnee hoer. Wanneer beroemde wielrenner Jan De Gendt met een ploegmaat verschijnt in haar vaste club, springt hij meteen in haar oog. Ook hij heeft haar meteen opgemerkt. Na een avondje in de club trekken ze eerst de stad in om daarna hun gesprek verder te zetten op het strand. Tijdens hun gesprekken leken ze verliefd te worden en zoals ze al vaker had gedaan, hoopte ze dat hij misschien wel haar ticket uit de vergetelheid zou kunnen zijn. Wanneer Jan Seynabou mee wil nemen naar zijn luxehotel, blijkt dat zij daar niet welkom is. Na een tirade tegen de hotelmedewerker neemt Jan zijn spullen uit zijn kamer en vertrekt hij samen met Seynabou naar een hotel voor iemand van haar stand. Er lijkt echter iets veranderd. Zijn blik is anders en hij is opeens stil en nors. Wanneer ze aankomen in het hotel, blijkt het echt niet goed te gaan met de wielrenner. Wanneer hij naar haar blaft dat ze hem met rust moet laten, vertrekt ze, zijn telefoon en cash op zak. 's Morgens keert ze terug naar het hotel om zijn gsm terug te bezorgen, maar tot haar verbijstering blijkt dat haar wielrenner die ochtend niet meer is wakker geworden.
De monoloog van iemand die het gewoon werd tegen zichzelf te praten leest effectief als een trein. Mede omdat het een heel erg dun boekje is, is het echt een boek om in één keer uit te lezen. Toch vond ik het echt de moeite. Deze zomer liet 'De helaasheid der dingen' een goede indruk achter, waardoor ik ook nu koos voor een boek van Dimitri Verhulst en wederom is het mij enorm meegevallen. Ik weet niet goed waarom, maar ik vind het heel erg leuk hoe hij zijn beschrijvingen maakt. Ze zijn heel erg simpel, maar toch doordacht. Hij gebruikt natuurlijk ook erg ‘kleurrijke taal’ en hij kan soms grof zijn in zijn formulering. Zo vond ik in dit dunne boekje zeven synoniemen voor prostituee, waarvan sommige toch wel erg origineel zijn (Voor wie benieuwd is: driestuiverslet, hoertje, gazelle, trippelaarster, lichtekooi, wegwerpvrouw en allemanskut)
Het is een heel erg simpel verhaal dat ook best simpel blijft. Er zijn geen grote onthullingen of onverwachte wendingen; zij vertelt gewoon wat er die avond is gebeurd en hoe ze zich daarbij voelde. Dat gezegd, blijft het boek tot op het einde wel erg spannend, omdat je als lezer vanaf het begin weet dat de wielrenner dood werd gevonden, maar geen idee hebt hoe hij om het leven is gekomen. Achteraf ben ik erachter gekomen dat de monoloog van iemand die het gewoon werd tegen zichzelf te praten gebaseerd is op een echte wielrenner (Frank Vandenbroucke) die eveneens overleed in Senegal na een avond met een prostituee.
Ik denk dat het verhaal en wat er achter het verhaal zit niet echt past bij de leefwereld van jongeren. De dubbele bodem van het verhaal van Frank Vandenbroucke is iets waar zij, net als ik, niet echt iets van afweten. Ook voor het thema van prostitutie lijken leerlingen van de eerste en tweede graad mij nog vrij jong. Ikzelf vond het wel leuk om het boek eerst te lezen en daarna verdere informatie over Frank Vandenbroucke op te zoeken. Tijdens het opzoeken kon ik dan ook weer de link leggen naar Ploegsteert van Het Zesde Metaal, wat ook leuk was.
Ik zou het boek zeker aanraden aan wie houdt van de stijl van Dimitri Verhulst. Mensen die wat ouder zijn dan ik en een beetje kennis hebben van de sportwereld in Vlaanderen zullen het verhaal volgens mij ook zeker herkennen. Het is een kort boekje dat je in een uurtje uit hebt, dus als je interesse hebt, zou ik het zeker eens vastnemen.
Reactie plaatsen
Reacties
Slangen, Zangvogels, Songbirds and Snakes
De ballade van slangen en zangvogels speelt zich af ver voor De Hongerspelen en volgt Coriolanus Snow, de president in De Hongerspelen, in zijn zoektocht naar macht. Coriolanus is een ambitieuze voorbeeldstudent, maar sinds de oorlog zijn hij, zijn nichtje en zijn oma, de enige familie die hij heeft overgehouden na de oorlog, straatarm. Coriolanus probeert in de voetsporen van zijn vader te treden en de familie Snow, die ooit tot de meest gerespecteerde families behoorde, in eer te herstellen.
De spelmakers van de Hongerspelen hebben een probleem: de Hongerspelen worden niet langer bekeken door de inwoners van Panem. Dit jaar worden de beste leerlingen van de academie ingezet om hierin verandering te maken. Coriolanus trekt meteen de aandacht door zijn plan om de kijkers te betrekken door hen te laten gokken en de tributen te helpen door sponsoring te sturen. Wanneer Lucy Gray Baird, het meisje van district twaalf, wordt toegewezen aan Coriolanus, zakt de moed hem in de schoenen, maar al snel blijkt ze erg charmant en charismatisch. De kans dat Lucy Gray de Spelen zal overleven lijkt klein, maar haar charme kan hij wel gebruiken om alsnog indruk te maken op zijn professors.
Als lezer krijg je een kijk in het hoofd van Coriolanus Snow. Wat dit boek zo interessant maakt, is dat de lezer ziet hoe het hoofdpersonage worstelt met zichzelf. Je ziet hoe hij zichzelf prijst als hij iets goed doet, maar wanneer hij iets doet dat ethisch niet helemaal in orde is, zie je hoe hij zichzelf ervan overtuigt dat hij geen andere keuze had. De relatie tussen hem en Lucy Gray is interessant langs beide kanten. Lucy Gray wordt haar dood tegemoet gestuurd in het Capitool, maar leert daar Coriolanus kennen, die er schijnbaar alles voor over heeft om haar te helpen overleven. Als lezer weten we niet of zij doorheeft dat hij dit niet helemaal voor haar doet, maar omdat hij de beurs voor de universiteit nodig heeft. In district twaalf is het ook niet helemaal duidelijk in welke mate Lucy Gray overtuigd is van de goedheid van Coriolanus. Hoewel Coriolanus zijn gevoel voor Lucy Gray liefde noemt, knelt het als lezer toch vaak als er wordt beschreven hoe hij over haar denkt. In het Capitool geniet hij er enorm van dat zij buiten hem niemand heeft. Hij is verantwoordelijk voor haar en hij ziet haar op dat vlak eigenlijk als een soort van bezit. Wanneer ze in district twaalf zijn, worstelt hij heel erg met het feit dat zij vrij is en hij niet. Het komt ook vaak terug dat hij het liefst zou hebben dat ze terug in de kooi in de dierentuin zou zitten, zodat hij altijd weet waar ze is en wat ze doet. Langs beide kanten is deze relatie eerder gebaseerd op een drang tot overleven dan uit respect of liefde.
In 2023 kwam de verfilming van het boek uit. Ik vind het interessant om de gelijkenissen en de verschillen te bespreken, want het zijn er toch wel wat. In verfilmingen van boeken als deze gaat vaak de diepere boodschap van het boek verloren, maar in The Ballad of Songbirds and Snakes heb ik het gevoel dat dat niet het geval is. Hoewel ik denk dat de verfilming van het boek echt goed is gedaan, vond ik het boek wel aanzienlijk beter. Ik ben van mening dat dit komt omdat het moeilijk is om een boek te verfilmen waarbij de interne monoloog van het hoofdpersonage zo’n grote rol speelt.
Een belangrijk verschil tussen het boek en de film is Lucy Gray. Zowel in het boek als in de film is ze een charmant, kleurrijk persoon en neemt ze geen blad voor de mond wanneer ze commentaar geeft op het Capitool. Dit is niet vanzelfsprekend in het totalitaire regime van Panem, dat wordt overspoeld door propaganda tegen de districten. In de films wordt Lucy Gray echter minder sluw en intelligent getoond. Coriolanus merkt in het boek vaak op dat ze meer weet dan ze wil tonen en dat ze heel snel doorheeft wanneer een situatie gevaarlijk wordt. In de film wordt dit minder hard uitgespeeld en wordt ze eerder als ongedwongen getoond met de reden “dat ze gewoon zo is”. In het ambigue einde van het verhaal gebruikt ze in het boek slimme tactieken om aan Coriolanus te ontsnappen, terwijl dit in de film ook niet wordt getoond.
Het verloop van de Hongerspelen verschilt ook heel erg. In het boek kan de kijker eigenlijk bijna niets van de spelen zien, omdat het grootste deel van de spelen zich afspeelt in de tunnels en gangen onder de arena. Dit is een belangrijk deel van het verhaal, maar het is natuurlijk erg lastig om te verfilmen. Daarom snap ik de keuze van de makers van de film om de Hongerspelen aan te passen. Een belangrijk aspect waarvan ik denk dat het behouden had kunnen of moeten worden, is de finale van de spelen. In de film eindigen de Hongerspelen met de laatste tributen die sterven door de giftige slangen die in de arena worden losgelaten, maar in het boek is dit verre van het einde. Enkele tributen kunnen de slangen ontvluchten en Lucy Gray vermoordt een van de tributen door een slang in haar rok te verbergen en hem daar later mee aan te vallen. Dit doet nogmaals afbreuk aan de sluwheid van haar personage.
De boeken van Suzanne Collins zijn al een hele tijd een groot succes bij jongeren, beginnend met De Hongerspelen, waarna ook de prequels De ballade van slangen en zangvogels en Dageraad boven de boete uitkwamen. De verfilming van de originele trilogie heeft natuurlijk ook bijgedragen aan het succes van de schrijfster. Ik vind dat jeugdreeksen als deze een troef kunnen zijn om jongeren aan het lezen te krijgen. De boeken gaan over een post-apocalyptische wereld, maar thema’s als macht, onderdrukking en opstand daartegen zijn onderwerpen uit deze boeken die heel erg relevant zijn voor onze samenleving vandaag de dag. Daarom denk ik dat het, zeker voor leerlingen van de tweede graad, een boek is dat in de lessen verwerkt of aangeraden kan worden.
Reactie plaatsen
Reacties
Trip door de Zee van Monsters
Zee van monsters is het tweede deel uit de intussen zevendelige reeks geschreven door Rick Riordan. Het boek richt zich vooral op jongeren, maar wordt ook vaak (her)lezen door volwassenen vanwege de humor, spanning en nostalgie. In dit tweede deel volgt de lezer Percy op zijn tweede queeste om Kamp Halfbloed te redden van de ondergang. Ditmaal moet hij de Zee van Monsters, die stervelingen kennen als de Bermudadriehoek, trotseren op zoek naar het Gulden Vlies. Daarmee moet hij de magische barrière die het kamp en haar bewoners beschermt tegen monsters herstellen.
Het verhaal begint in Manhattan wanneer Percy samen met zijn nieuwe vriend Tyson en zijn vriendin Annabeth wordt aangevallen door een groep monsters. Samen racen ze naar kamp, omdat Annabeth al een tijdje geteisterd werd door visioenen over de ondergang van het kamp. Percy heeft zelf ook dromen gehad over zijn vriend Grover, die ook in gevaar zou zijn. Wanneer ze aankomen in het kamp, zien ze dat er twee monsters door de barrière gekomen zijn en het kamp aanvallen. De boom die de magische barrière vormt nadat een dochter van Zeus haar leven gaf om haar vrienden te redden, blijkt vergiftigd te zijn. De enige manier om het kamp te redden is het Gulden Vlies en haar capaciteit om alles te genezen. Wanneer niet Percy, maar Clarisse gekozen wordt voor deze queeste, vertrekt Percy samen met zijn vrienden alsnog uit het kamp.
Al snel ontdekken de leden van de queeste dat ook Luke, de zoon van Hermes die vorig jaar de Olympiërs verraadde om Kronos te helpen, op zoek is naar dit waardevolle artefact. Wanneer ze het Vlies veilig in Kamp Halfbloed krijgen, blijkt dat de werking te sterk is. Niet enkel de boom geneest, maar ook Thalia, de dochter van Zeus. Dit heeft grote gevolgen, omdat Thalia ouder is dan Percy en volgens de voorspelling mogelijk de halfgod is die de Olympische goden kan vernietigen. Dit zorgt voor nieuwe spanningen in de aanloop naar het volgende boek.
Het boek volgt thema’s als vriendschap en loyaliteit. Percy moet vertrouwen op zijn vrienden en doet er alles aan om ervoor te zorgen dat ze veilig zijn. In dit boek worstelt Percy met de gevoelens die hij heeft bij zijn vriend Tyson, die niet alleen een cycloop, maar ook zijn halfbroer blijkt te zijn. Het boek behandelt ook de vooroordelen die mensen hebben bij iemand die anders is. Percy kent een bepaalde loyaliteit naar zijn vriend, maar die wordt op de proef gesteld wanneer andere leden van het kamp hem rare blikken toewerpen en hem pesten. Doorheen het verhaal bewijst Tyson echter zijn waarde en de loyaliteit die hij toont aan zijn vrienden.
In dit vervolg op De bliksemdief is Percy een jaartje ouder en dat merk je als lezer ook. Hij worstelt met zijn identiteit als zoon van Poseidon, zeker wanneer hij met anderen wordt vergeleken. Zijn gevoel voor rechtvaardigheid wordt getest en er wordt nogmaals bewezen dat schijn kan bedriegen. Hij loopt in de val bij Circe, een beeldschone tovenares, en hij leert Tyson, een cycloop, te accepteren en op waarde te schatten.
Ik vond het boek heel erg fijn om te lezen. Toen ik in het secundair onderwijs zat, las ik al een deel van deze reeks, maar het verbaast mij hoe goed het toch overeind blijft nu ik ouder ben. De boeken staan bekend om het gebruik van humor; vaak is die humor in jeugdboeken juist wat flauwer dan je je herinnert van toen je klein was. Deze schrijver weet mij ook na tien jaar nog aan het lachen te krijgen. Mij viel heel erg op hoe slim het gebruik van het ik-personage is in deze reeks. Er gebeuren veel fantastische dingen op echte plaatsen zoals de straten van Manhattan of het strand van Miami. Hier lopen natuurlijk stervelingen rond. Door een fenomeen “De Mist” genoemd, zien zij iets dat hun brein kan vatten en Percy weet natuurlijk niet wat dat is. Zo hoeft de schrijver hier ook geen extra betekenis aan te geven. Ook gebruikt hij het ik-personage om bepaalde mythologische aspecten duidelijk te maken voor mensen die geen voorkennis hebben in mythologie. Percy beschrijft de dingen zoals een normale dertienjarige dat zou doen.
Tot slot denk ik zeker dat het een meerwaarde is om dit boek aan te raden aan leerlingen van de eerste en tweede graad. Het zit boordevol spanning en humor, het leest heel erg vlot en de link met Griekse mythologie is iets waardoor ik persoonlijk op die leeftijd erg geboeid was. Het boek gaat over vriendschap, vooroordelen en rechtvaardigheid en dat zijn waarden die volgens mij zeker met de jeugd meegegeven mogen worden.
Reactie plaatsen
Reacties